Bouwen
Submit to TwitterSubmit to LinkedIn
 
 
 

Utrecht, januari 2016

10 jaar tariefontwikkeling kinderopvang in Nederland

Kinderopvang mogelijk duurder ondanks hogere toeslag?
Uit onderzoek van de belangenvereniging van ouders in de kinderopvang (Boink) zou blijken dat mensen met een laag inkomen dit jaar mogelijk meer gaan betalen voor kinderopvang, met name in de grote steden. Dat zou komen omdat de uurprijs die instellingen rekenen vaak hoger is dan het maximumbedrag waarover ouders toeslag krijgen.
In deze nieuwsbrief de tarief ontwikkeling in de kinderopvang van de afgelopen tien jaar op een rij.

Gemiddelde prijsstijging kinderopvang: iets meer dan 2% per jaar
Uit de rapportages van SZW (2015) blijkt dat de gemiddelde prijzen van kinderopvang in de periode van 2005 tot 2015 jaarlijks met iets meer dan 2% stijgen. De gemiddelde jaarlijkse tariefstijging van de dagopvang (crèches) bedroeg in die periode 2,5%, voor de buitenschoolse opvang (BSO) bedroeg dat 2,1%.
De gemiddelde jaarlijkse indexering van het toeslagtarief is daarbij achtergebleven. Voor de dagopvang bedroeg de gemiddelde indexering 1,9% per jaar en voor de BSO was dat met gemiddeld 0,4% per jaar zelfs beduidend minder.
In 2005 lag het toeslagtarief voor de dagopvang nog 6% hoger dan het gemiddelde tarief dat aanbieders rekenden. Die marge was gebaseerd op empirisch onderzoek en het uitgangspunt dat 80% van het aanbod volledig door het toeslagtarief bekostigd zou kunnen worden. Uit onderstaand overzicht blijkt dat die marge van 6% volledig is verdampt en het toeslagtarief sinds 2012 onder het gemiddelde tarief is gezakt:

opvang0 4 2016

Bron: OCW, SZW, in de periode 2005-2008 werden de tarieven gerapporteerd voor alle opvang voor 0-4 jarigen (inclusief gastouderopvang), vanaf 2009 zijn de tarieven van uitsluitend dagopvang opgenomen.
* voor 2016 wordt uitgegaan van een zelfde tariefstijging als in 2015.

 

Uit de grafiek wordt ook duidelijk dat de werkelijke tariefontwikkeling een consistent en voorspelbaar beeld laat zien, zowel in de groei- en wachtlijstperiode voor 2012 als in de krimp periode daarna.  
De ontwikkeling van het toeslagtarief laat een veel grilliger verloop zien vanaf 2009. Dat was het eerste jaar dat het toeslagtarief uit bezuinigingsoverwegingen niet werd geïndexeerd.
In 2012 werd het toeslagtarief door bezuinigingen opnieuw niet geïndexeerd waardoor een steeds groter deel van het dagopvangaanbod niet langer bekostigd kon worden met het toeslagtarief en een steeds groter deel van de ouders mede daardoor werd geconfronteerd met hogere nettolasten.     

Indexering toeslagtarief BSO 2015-2015
Voor het opvangaanbod voor 4-12 jarigen is de ontwikkeling van het toeslagtarief nog aanzienlijk ongunstiger. Daar zien we eveneens een consistente tariefontwikkeling van aanbieders maar een sterk achterblijvende indexering van het toeslagtarief waardoor al sinds 2010 het toeslagtarief onder het gemiddelde tarief ligt. In dat jaar werd - uit bezuinigingsoverwegingen - besloten het toeslagtarief voor buitenschoolse opvang fors (7%) te verlagen:

opvang4 12 2016

 Bron: OCW, SZW, in de periode 2005-2008 werden de tarieven gerapporteerd voor alle opvang voor 4-12 jarigen (inclusief gastouderopvang), vanaf 2009 zijn de tarieven van uitsluitend buitenschoolse opvang opgenomen.
* voor 2016 wordt uitgegaan van een zelfde tariefstijging als in 2015.
 

Daardoor kan het merendeel van het BSO aanbod al sinds 2010 niet meer bekostigd worden met het toeslagtarief.  

Ontwikkeling toeslagtarief in 2016
De indexering voor de toeslagtarieven wordt standaard berekend op basis van de ontwikkeling van de loonvoet bedrijven en van de consumentenprijsindex in het Centraal Economisch Plan (CEP). Voor de indexering in 2016 wordt uitgegaan van de cijfers in het CEP van het voorafgaande jaar (CEP 2015). Uit het CEP 2015 blijkt echter dat de geraamde ontwikkelingen qua loonvoet bedrijven en consumentenprijsindex voor 2015 aanzienlijk lager is dan vorig jaar in het CEP 2014 werd ingeschat. Daarmee is de geraamde ontwikkeling voor 2016 gecorrigeerd en dat leidt per saldo tot een zeer gematigde indexering (0,7%) van de toeslagtarieven voor 2016.
Als we ervan uitgaan dat de werkelijke tarieven even sterk stijgen als in 2015 (2,2% voor dagopvang en 2% voor BSO) dan zullen ouders dus ca. 1,3 tot 1,5% van de tariefstijging niet gecompenseerd krijgen in de toeslagregeling en zelf extra moeten betalen. Het gaat dan om ca. € 0,10 per uur aan extra netto kosten.  

Effect verbetering toeslagregeling 2016
Daar tegenover staat de sterke verbetering van de kinderopvangtoeslag in 2016. Standaard krijgen ouders 5,8% punten meer toeslag over het maximumuurtarief voor het eerste kind (met de meeste opvang uren). Voor de laagste inkomens geldt een lager percentage omdat het Kabinet wilde waarborgen dat ook voor die groep een minimale ouderbijdrage resteert van ca. € 0,50 per uur. Maar ook de laagste inkomens gaan er in toeslag in 2016 nog altijd 2,3% op vooruit voor het eerste kind (met de meeste uren) en 0,7% voor het tweede kind (met de minste uren).
Ook voor de laagste inkomens geldt dus dat zij er door de verbeterde toeslagregeling gemiddeld minimaal 1,5% (het gemiddelde van 2,3% en 0,7%) ofwel circa € 0,10 per uur in toeslag op vooruit gaan in 2016. Gemiddeld compenseert dat dus de ontoereikende indexering van het toeslagtarief in 2016. Die benadering op basis van gemiddelden laat onverlet dat een specifieke groep huishoudens met opvang in 2016 kans loopt meer te moeten betalen voor het opvangaanbod.    

Maximaal 5% van huishoudens met opvang heeft kans op hogere kosten
Per saldo zal de beperkte indexering van het toeslagtarief en de verbetering van de toeslagpercentages pas leiden tot hogere nettolasten voor de groep huishoudens in 2016 die:

  • én gebruik maken van aanbieders met prijsaanpassingen van ruim boven de 2%,
  • én in de allerlaagste inkomenscategorie vallen,
  • én meerdere kinderen in de opvang hebben.

Het gaat dan om hooguit 5% van het aantal huishoudens dat gebruik maakt van opvang.

Conclusie
Uit deze analyse blijkt dat de tariefontwikkeling in zowel de dagopvang als de BSO sinds 2005 een vrij consistent beeld geeft.
De ontwikkeling van het toeslagtarief blijft achter door de bezuinigingen op de standaard indexering van het toeslagtarief in de periode 2009-2012.
Dat heeft ertoe geleid heeft dat het merendeel van het opvangaanbod niet meer bekostigd kan worden door het toeslagtarief.
Dat geldt in mindere mate voor de dagopvang en veel sterker voor de buitenschoolse opvang.
De beperkte indexering van het toeslagtarief in 2016 zal - in vergelijking met 2015 - slechts voor een zeer kleine en zeer specifieke groep huishoudens leiden tot hogere kosten.   

Tot slot
Voor het herstellen van het oorspronkelijke uitgangspunt - dat 80% van het opvangaanbod gedekt wordt door het toeslagtarief - zou het toeslagtarief in 2016 circa 6% hoger moeten liggen dan het gemiddelde tarief.  
Voor de dagopvang zou dat leiden tot een aanpassing in 2016 van het toeslagtarief met 8% (van € 6,89 naar € 7,43), voor de BSO zou dat leiden tot een aanpassing van het toeslagtarief met 14% (van € 6,42 naar € 7,34).

 
Reageren?

Deze nieuwsbrief wordt samengesteld door medewerkers van Buitenhek Management & Consult. Hieronder kunt u zich hiervoor aanmelden. Reacties op de inhoud van deze nieuwsbrief kunt u richten aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..