Bouwen
Submit to TwitterSubmit to LinkedIn
 

Utrecht, juni 2016

Analyse cijfers kinderopvang CBS 2015 en prognose 2016

Kinderopvang gebruik in 2015 gestegen, omzet gedaald
Het CBS presenteerde onlangs nieuwe cijfers over het gebruik van kinderopvang (zie https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/23/meer-kinderen-naar-kinderopvang). Daaruit blijkt dat het aantal kinderen dat gebruik maakte van kinderopvangtoeslag in 2015 is gestegen. In deze nieuwsbrief een nadere analyse en prognose.  

Dagopvang 0-4 jarigen krimpt in 2015
Een groot aantal kinderopvangondernemers zal het beeld – groei van het kinderopvang gebruik in 2015 – niet herkennen. Ook uit de CBS cijfers blijkt dat de instroom van baby’s in de kinderopvang in 2015 nog steeds daalt. Het aantal baby’s met kinderopvang daalde eerder van 56.217 per begin 2012 naar 41.129 per eind 2014 (Kamerbrief cijfers kinderopvang, SZW 2015). Uit de recente CBS data blijkt dat een jaar later - eind 2015 – het aantal baby’s in de kinderopvang nog steeds krimpt:

tabel 1 150616

Deze lagere instroom betekent ook dat het aantal kinderen in de dagopvang stagneert. Dat wordt bevestigd door de CBS data:

tabel 2 150616

In werkelijkheid is de krimp van de dagopvang in 2015 hoger omdat niet gecorrigeerd is voor het groeiend aandeel peuters dat gebruik maakt van het geharmoniseerd peuterspeelzaalwerk.

Oorzaken groei kinderopvang 2015
De groei in 2015 is volgens de CBS data vrijwel volledig toe te schrijven aan de buitenschoolse opvang (CBS, 2016). Over 2015 rapporteert het CBS een lichte opleving van bijna 3% of bijna 10.000 BSO kinderen:

tabel 3 150616

In de berichtgeving wordt de groei van het aantal kinderen in de kinderopvang toegeschreven aan de betere toeslagregeling en aan de dalende werkloosheid. Uit de CBS data blijkt echter dat die factoren geen effect hebben gehad op het gebruik van dagopvang voor 0-4 jarigen. Dat gebruik is in 2015 immers niet toegenomen en – na correctie van de omvorming in het peuterwerk – zelfs gedaald.
In de periode 2011-2014 daalde het aantal BSO kinderen met 7% en ongeveer de helft van die krimp is toe te schrijven aan de daling van het aantal basisschoolleerlingen. Dat laat een krimp van 3,5% over die toe te schrijven is aan bezuinigingen op de kinderopvang of de toenemende werkloosheid. Het aantal BSO kinderen is de afgelopen jaren dus relatief weinig aangetast door de lagere toeslag of door de economische recessie. Voor 2016 tot en met 2020 zal het BSO gebruik sterker worden beïnvloed door demografische ontwikkelingen.

Prognose bereik BSO 2016-2020  
Nu duidelijk is dat de bezuinigingen relatief weinig effect hebben gehad op het aantal BSO kinderen is het aannemelijk dat de nieuwe impuls in de toeslagregeling ook weinig effect zal hebben op het BSO bereik in de komende jaren. Voor de periode tot 2020 wordt opnieuw een forse daling voorzien van het aantal basisschoolleerlingen. Zo zal het totaal aantal 4-jarigen in Nederland de komende jaren met ca. 6% dalen (CBS, 2016):

tabel 4 150616
 
Meer dan 90% van alle gemeenten in Nederland ziet in de komende jaren de BSO doelgroep krimpen. Bij meer dan de helft van de gemeenten in Nederland zal het aantal 4 tot en met 7 jarigen met meer dan 10% dalen en bij meer dan een kwart van de gemeenten bedraagt de krimp - van deze belangrijkste BSO doelgroep - 15% of meer (o.a. Haarlemmermeer, Pijnacker-Nootdorp, Gooise Meren en Soest vallen in deze categorie).  Zelfs als het bereik - het aandeel basisschoolleerlingen dat gebruik maakt van BSO - zich de komende jaren herstelt tot het niveau van 2011, dan nog zal het aantal BSO kinderen onder het niveau van 2011 blijven.
Groei van de BSO in de komende jaren zal voornamelijk moeten komen van een toename van het gemiddeld gebruik aan uren BSO per kind.  
Dat geldt natuurlijk niet voor de gemeenten waar de BSO doelgroep de komende jaren sterk toeneemt. Naast Utrecht en Amsterdam zien we onder andere in Rijswijk (ZH) de BSO doelgroep de komende jaren sterk - met meer dan 10% - toenemen.

Budgettaire ontwikkelingen kinderopvang
Ondanks de groei die het CBS rapporteert zijn de uitgaven voor de kinderopvangtoeslag (KOT) in 2015 lager uitgekomen dan in de Rijksbegroting was voorzien. De totale begrotingsmeevaller over 2015 bedroeg dus € 425 mln. (Rijksjaarverslag 2015, SZW, 2016). In 2015 was er extra geld uitgetrokken in de Rijksbegroting voor kinderopvang. In de realisatie zien we die extra middelen nog niet ‘landen’ en zien we in 2015 zowel de totale omzet als de Rijksbijdrage verder dalen:

tabel 5 150616

Verder zien we op macroniveau het kosten aandeel van ouders in 2015 niet teruglopen. Net als in 2014 betalen ouders in 2015 gemiddeld 38% van de kosten:  

tabel 6 150616

Conclusie
De beperkte groei van het aantal kinderopvangkinderen in 2015 heeft een verdere omzetdaling in de branche niet kunnen voorkomen. De meeste dagopvangaanbieders zien in 2016 de instroom van 0-jarigen in de dagopvang stabiliseren en soms zelfs groeien door de verbeterde toeslagregeling.
De BSO zal in veel gemeenten de komende jaren last krijgen van de krimp van het aantal basisschoolleerlingen. In ruim een kwart van de gemeenten in Nederland zal dat het positieve effect van de betere toeslagregeling grotendeels teniet doen.

 
Reageren?

Deze nieuwsbrief wordt samengesteld door medewerkers van Buitenhek Management & Consult. Hieronder kunt u zich hiervoor aanmelden. Reacties op de inhoud van deze nieuwsbrief kunt u richten aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..