Bouwen
Submit to TwitterSubmit to LinkedIn
 
Utrecht - januari/februari 2017

De coalitie van het platte compromis...

De verkiezingen staan voor de deur en dus regent het peilingen, prognoses en beloftes van de politiek. Een scan van alle verkiezingsprogramma’s laat een grote variatie zien aan standpunten die kinderopvang en onderwijs raken. Het gaat dan onder andere om bevallingsverlof, leerplichtleeftijd, kinderopvangtoeslag, financiering, marktverhoudingen en de aansluiting tussen onderwijs en opvang.

De nieuwe coalitie moet – bij voorkeur – kunnen rekenen op een meerderheid in de Tweede en Eerste Kamer. En dat betekent dat – als we de laatste peilingen mogen geloven – een nieuwe coalitie uit tenminste 5 of 6 politieke partijen zal bestaan. De laatste keer dat zich dat voordeed was meer dan 40 jaar geleden toen Joop den Uyl een coalitie van 5 politieke partijen aanvoerde. Het zal dus niet eenvoudig zijn om met zoveel partijen overeenstemming te bereiken over een coalitieakkoord, laat staan over de beleidsvoornemens voor kinderopvang en onderwijs.
Slechts op enkele punten is er een gedeelde ambitie. Zo bestaat er een breed draagvlak voor verruiming van het betaald ouderschapsverlof voor moeders en vaders bij de partijendie logischerwijs in aanmerking komen voor een nieuwe coalitie. Voor de rest laten de verkiezingsprogramma’s  van die partijen een enorme variatie zien in uitgangspunten.

391 schijven

Zo wil het CDA de versnippering van de kindregelingen vereenvoudigen en houdt de VVD vast aan de lijn dat financiering van het voorschoolse aanbod over 391 schijven blijft lopen (390 gemeenten doen de financiering van kostwinners en het Rijk doet de financiering voor tweeverdieners). 
D66 vertaalt het SER-advies in een aanbod van 4 dagdelen vanaf 2 jaar in een brede buurtschool tegen een passend ouderbijdrage, GroenLinks doet een gratis aanbod voor alle kinderen vanaf 6 maanden, terwijl de VVD die middelen eerder wil bestemmen voor verhoging van de kinderopvangtoeslag voor werkende ouders.
Het risico van een akkoord met zoveel verschillende partijen en programma’s is dat we na een langdurige formatie (statistisch duurt het per extra partij gemiddeld een maand langer om tot een kabinet te komen) een platgeslagen compromis hebben zonder uitgesproken richting voor het werkveld. Een gemiste kans zou je kunnen denken. Maar misschien is een coalitie van het platte compromis en een pas op de plaats wel een zegen voor de branche.
 
Geen gebrek aan onzekerheid

Er is immers geen gebrek aan onzekerheid met de dossiers die nog uit de pijplijn van het huidige kabinet komen. Directe financiering, nieuwe kwaliteitseisen, passend onderwijs, herverdeling van onderwijsachterstandenmiddelen over
gemeenten en harmonisatie van peuterspeelzaalwerk levert de komende jaren nog een berg aan inspanningen en uitdagingen op in het werkveld, bij de Rijksoverheid en bij gemeenten. Van al die maatregelen kunnen we nu nog lang niet alle gevolgen overzien voor tarieven, organisatie, het aanbod en – niet in de laatste plaats – de gezinnen die er gebruik van maken.
Een nieuw kabinet, een nieuwe minister, een nieuwe staatssecretaris, een nieuwe kamerbezetting, het werkveld maar toch vooral de jonge ouders die ze bedienen zou je graag een start gunnen zonder nieuwe onzekerheden.

De lobby voor het platte compromis kan beginnen…
 

‘Het risico van een akkoord met zoveel verschillende partijen en programma’s is dat we na een langdurige formatie een platgeslagen compromis hebben zonder uitgesproken richting voor het werkveld.’

Reageren? Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..
www.bbmp.nl