Bouwen
Submit to TwitterSubmit to LinkedIn
 
Utrecht - november/december 2017

Goede voornemens...

De komende weken is het weer zover en kunnen we het nieuwe jaar starten met nieuwe ambities en goede voornemens. Tegen die tijd is ook het nieuwe kabinet klaar met de warming-up en start de uitwerking en invoering van de ambities in het nieuwe regeer­­akkoord. Zo trekt het kabinet 250 miljoen euro per jaar extra uit voor een impuls in de kinderopvangtoeslag en heeft het 170 miljoen euro vrijgemaakt voor het uitbreiden van de voor- en vroegschoolse educatie voor kinderen met een dreigende taal- of ontwikkelings­achterstand.

Die forse extra impuls in de toeslag is best opvallend voor een kabinet met uiteenlopende standpunten over kinderopvang. Uit de meest recente Rijksbegroting blijkt immers dat het ‘oude’ beleid al tot een evenwichtige kostenverdeling heeft geleid tussen Rijk, werkgevers en ouders. Macro betaalt iedere stakeholder een derde en dat was precies de doelstelling bij de invoering van de Wet kinderopvang in 2005. Uit de laatste rapportage van SZW blijkt dat die doelstelling vanaf 2017 (vrijwel) gerealiseerd wordt:

column dec2017

Dure kinderopvang heeft dus al weer even geen nieuwswaarde meer. Jonge ouders met een minimuminkomen betalen in 2017 en 2018 minder dan € 1,00 netto per uur. En zelfs ouders met een belastbaar inkomen van € 100.000 per jaar of meer kunnen er voor ­­€ 5,00 netto per uur terecht. ­Desalniettemin wordt er een kwart miljard aan belastinggeld vrijgemaakt om …  Ja, waarom ­eigenlijk? Welke econoom of so­cioloog bij het CPB of wetenschappelijk bureau heeft nut en noodzaak van deze investering onderbouwd? En hebben die dik tevreden ouders überhaupt lobby gevoerd om de coalitiepartners over de streep te trekken? En als dat niet is gebeurd, waarom heeft het dan toch de eindversie van het regeerakkoord gehaald van deze brede coalitie?

Middenklasse

Het zal wel iets te maken hebben met het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (De val van de middenklasse?, 2017) dat tijdens het formeren verscheen en waarover ik al voor de zomer schreef :
‘Op pagina 39 van het rapport van de WRR vinden we de onderbouwing en ik citeer: “Voor gezinnen is de kinder­opvang in Nederland relatief duur. Een overgrote meerderheid van ouders – van het lagere tot het midden en hogere inkomenssegment – zegt dat kinderopvang tegenwoordig niet meer te betalen is."'
Deze conclusie blijkt gebaseerd op een onderzoek van het SCP uit 2016 die de situatie van de kinderopvang beschrijft in – jawel – het jaar 2013! En zo blijkt dat nieuw beleid voor de komende jaren niet één maar zelfs vijf jaar achter de feiten aanholt op basis van een achterhaalde analyse. 

Is het erg?

Vervolgens is het de vraag of het erg is dat kinderopvang de komende jaren nog goedkoper wordt? Het ligt immers niet voor de hand dat ouders of houders bezwaar zullen maken. Toch zit er wel een risico aan (te) goedkope kinderopvang. In 2007 tot en met 2010 hadden we dat immers ook. En in de periode daarna was dat nu juist een belangrijke trigger voor de politiek om fors te bezuinigen.
Nu het geld er toch ligt zal er ook een bestemming voor moeten worden gezocht. Een voor de hand liggende keuze is dan om in te zetten op herijking van de maximale tarieven van de toeslagregeling. Uitgangspunt was ooit dat die toeslagtarieven kostendekkend moesten zijn voor 80 procent van het opvangaanbod in Nederland. Dat is ­– door eerdere bezuinigingen – allang niet meer het geval. Niet slechts 20 procent maar verreweg de meeste gebruikers van opvang in Nederland betalen een hoger uurtarief dan het maximumtarief waarover de toeslag wordt berekend.
Voor dagopvang lag in 2016 het gemiddeld verkooptarief slechts 1,3 procent hoger. Uitschieter is echter de bso waar het gemiddeld factuurtarief in 2016 € 6,83 bedroeg terwijl de toeslagvergoeding niet verder kwam dan € 6,42 en ouders het verschil voor 100 procent zelf erbij plussen. Op basis van de beleidsvoornemens die er nu liggen rond IKK (onder andere verlaging toeslagtarief bso) dreigt dat verschil nog verder op te lopen. Het nieuwe kabinet heeft nu voldoende budgetruimte beschikbaar om daar iets aan te doen.
Het op peil brengen van de maximumtarieven van de toeslagregeling naar de oorspronkelijke uitgangspunten vergt immers al bijna € 100 mln. op jaarbasis.
Pas vanaf 2019 zijn concrete aanpassingen in de toeslagregeling te verwachten maar dat betekent wél dat de komende maanden de brancheorganisaties de handen vol zullen hebben om de implementatie mede vorm te geven.

De conclusie van dit verhaal is dat zelfs een achterhaald advies veel geld kan opleveren. Dat is echter zeker geen inspiratiebron voor de goede voornemens van deze adviseur.  Fijne jaarwisseling!

Reageren? Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..
www.bbmp.nl