Bouwen
Submit to TwitterSubmit to LinkedIn
 
 
 

Utrecht, juli 2015

Kinderopvang: beeldvorming en feiten over contracten, uren en tarieven 

De ‘truc’ ontmaskerd …
Afgelopen week was het weer eens zover. Opnieuw ‘ontdekte’ een ouder dat ze voor haar buitenschoolse opvang (BSO) - meer uren betaalde dan ze gebruikte. Haar BSO aanbieder had het in zijn hoofd gehaald voor alle dagen in de week hetzelfde tarief te hanteren. Ze had berekend dat ouders die gebruik maken van de woensdag - met de schoolvrije woensdagmiddag - meer uren gebruiken dan ouders die gebruik maken van maandag, dinsdag en donderdag. Het tariefsysteem van de betrokken aanbieder smeert de extra uren van de woensdag echter uit over de andere dagen waardoor alle dagen even duur zijn.
En omdat zij tot de groep behoort die geen gebruik maakt van het woensdagaanbod kostte deze ‘truc’ haar honderden euro’s per jaar extra waarop haar aanbieder - die op financieel gebied toch al een twijfelachtig imago had – ‘binnenliep’ (“ze halen lekker wat extra geld binnen”).
Omdat al het aanbod in haar omgeving van dezelfde aanbieder was, had ze geen enkele keuzevrijheid en had ze de extra uren maar op de koop toe genomen en het contract getekend.

… en het wordt nog erger …
Dit keer was het wetenschapsjournalist Ionica Smeets die in de Volkskrant haar ervaring met ons deelde. Wat Smeets beschrijft in haar column is in werkelijkheid nog veel erger. Ze krijgt namelijk niet alleen maar de extra woensdaguren toebedeeld. Ze betaalt ook nog eens mee aan het hogere uurtarief dat die woensdagmiddag klanten eigenlijk hadden moeten betalen voor een kostendekkende exploitatie. Zoals Smeets al aangeeft gaan er een stuk minder kinderen op woensdag naar de BSO waardoor de vaste kosten van o.a. huisvesting en overhead over veel minder uren moeten worden verdeeld. De kostprijs per uur op woensdag is dus aanmerkelijk hoger dan op de andere dagen. En als je dan door redeneert moet Smeets niet alleen minder uren gefactureerd krijgen, maar ook nog eens tegen een lager uurtarief dan de klanten op woensdag.

Commerciële truc of noodzaak van verdachte en minder verdachte aanbieders …
Wat deze ‘truc’ al een stuk minder verdacht maakt is dat ook veel non-profit aanbieders, zonder smet op het imago, dezelfde tariefstructuur hanteren. Wat het nog minder verdacht maakt is dat de kinderopvang op dit moment niet bekend staat als sector waar extra geld binnen-geharkt wordt maar een sector waar het aantal faillissementen en banenverlies een hoogtepunt kennen.  
Zou het dan misschien zo kunnen zijn dat er een andere logica achter dit tariefsysteem zit dan puur winstbejag of ‘lekker extra geld binnenhalen’? En wat zou er eigenlijk gebeuren als de aanbieder het licht ziet en haar tarieven voor de maandag, dinsdag en donderdag zou verlagen?    

Smeets denkt dan geholpen te zijn met lagere kosten voor haar aanbod op maandag, dinsdag en donderdag. De realiteit is echter dat haar aanbieder zijn exploitatiekosten niet ziet dalen en alles wat hij minder factureert voor maandag, dinsdag en donderdag in rekening moet brengen bij de woensdag klanten. En omdat dat er maar relatief weinig zijn zullen zij geconfronteerd worden met én een substantieel hoger uurtarief én meer uren op de factuur. Het gevolg daarvan is dat het woensdag aanbod - door de substantieel hogere kosten - nog onaantrekkelijker wordt waardoor klanten afhaken en de exploitant genoodzaakt zal zijn het woensdag aanbod te sluiten.
Dat is overigens geen theorie maar nu al de praktijk van veel BSO’s in Nederland. De niet meer gedekte vaste kosten van die woensdag zal de exploitant vervolgens verhalen op de klanten van de andere dagen om zo verzekerd te blijven van een kostendekkende exploitatie. De verhuurder van haar BSO locatie zal immers geen rekening houden met het feit dat de locatie een dag minder open is.

De keuzevrijheid van klanten …
Smeets beklaagt zich over het feit dat er maar één aanbieder is die voor alle BSO’s in de omgeving dezelfde voorwaarden hanteert en ze geen reële mogelijkheid heeft voordeliger uit te zijn.
Maar die mogelijk heeft ze natuurlijk wel. De gemakkelijkste manier voor haar om voordeliger uit te zijn is natuurlijk dat ze zelf gebruik gaat maken van het woensdagmiddag aanbod. Dat is - door die extra bijdrage van de klanten van maandag, dinsdag en donderdag - immers extra voordelig.
Hoe meer klanten daar gebruik van maken hoe beter de bezetting wordt op woensdag en hoe lager de bijdrage is die de andere klanten moeten bijpassen. Dat stuit echter op de parttime cultuur in Nederland en de daaraan gekoppelde standaard werkweekindeling die veel gezinnen hanteren.

… binnen en buiten de kinderopvang
Het is prima dat Smeets en met haar vele andere moeders ervoor kiezen gebruik te maken van de populaire voorkeursdagen van de BSO en de discussie over de werkweekindeling met werkgever en/of partner uit de weg gaan. Die keuze betekent dat je relatief meer moet betalen voor de meest gewilde BSO dagen. Daarmee houden aanbieders een aanbod in stand voor de gezinnen en kinderen die wel gebruik kunnen - of soms moeten - maken van het minder gewilde aanbod. Dat is overigens geen uitzondering. Smeets verbaast zich immers ook niet over het feit dat hotels in het hoogseizoen duurder zijn dan in het laagseizoen en dat ze daardoor in de rustige maanden ook de hypotheek kunnen dekken. Of wel soms?

De twijfel van Smeets is terecht…
Tot slot meldt Smeets op twitter: “Heb lang getwijfeld of ik deze column durfde te schrijven, omdat mijn kinderen wel bij Smallsteps zitten”. Die twijfel heeft volgens mij niks te maken met haar zorg voor het welzijn van haar kinderen. Anders had ze die column immers niet geschreven.  
Die twijfel is de terechte twijfel van een wetenschapsjournalist die zelf ook wel het vermoeden heeft dat er geen ‘free rides’ bestaan en het ook bij de exploitatie van BSO uiteindelijk uit de lengte (volume in contracturen) of uit de breedte (tariefstelling per uur) moet komen.

Tot slot
In de bijlage een analyse van de tariefontwikkeling van het dagopvang en BSO aanbod in de afgelopen jaren.

 
Reageren?

Deze nieuwsbrief wordt samengesteld door medewerkers van Buitenhek Management & Consult. Hieronder kunt u zich hiervoor aanmelden. Reacties op de inhoud van deze nieuwsbrief kunt u richten aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

 

Bijlage: Tariefontwikkeling dagopvang en BSO aanbod in Nederland 2009-2015

Inleiding
In 2014 is door de minister een monitor uitgevoerd naar de uurprijzen en het type contracten van kinderopvangaanbieders (klik hier..)
 
Terugloop en meer flexibiliteit …
Deze monitor laat zien dat de flexibiliteit van het aanbod in contractvormen is toegenomen ten opzichte van 2011/2012. Met name in de buitenschoolse opvang wordt een grote mate van flexibiliteit aangeboden en wordt dit ook door ouders afgenomen. Naast een toenemende flexibiliteit zien we sinds 2012 ook een sterk teruglopende bezettingsgraad van de dagopvang en BSO door de sterk teruglopende vraag naar opvang zowel in aantal kinderen als in aantal uren per kind:

tabel 1

 Bron: SZW, juni 2015
 

… leidt op termijn tot hogere kostendekkende tarieven.
Meer maatwerk in het aanbod, door krimp een substantieel lagere bezettingsgraad in combinatie met dezelfde strikte regelgeving voor de personele bezetting leidt onvermijdelijk tot de aanname dat in de afgelopen periode de uurtarieven in Nederland sterker moeten zijn gestegen dan de kostenontwikkeling. Als we de daadwerkelijke tariefontwikkeling er echter op naslaan dan zien we dat sinds 2009 de contracttarieven van zowel dagopvang als BSO met niet meer dan 2% per jaar zijn gestegen:  

tabel 6

Bron: SZW, juni 2015

Tariefontwikkeling 2016 – 2020: inprijzen van bezetting en flexibilisering
De aanname dat de contracttarieven voor dagopvang en BSO door toenemende flexibilisering en onderbezetting meer dan trendmatig zijn gestegen wordt niet onderbouwd door de gematigde ontwikkeling van de gemiddelde uurprijs in de periode 2010-2015. Dat betekent dat de lagere bezettingsgraad en flexibilisering nog niet is ingeprijsd en het aannemelijk is dat er de komende jaren een inhaalslag zal plaatsvinden in de tarieven om te komen tot een weer kostendekkende en weer financierbare exploitatie.