Bouwen
Submit to TwitterSubmit to LinkedIn
 
 
 
 
 

Utrecht, 28 november 2014

Marktontwikkeling en omzetprognose kinderopvang

Inleiding
In deze nieuwsbrief de meest opvallende resultaten uit de onlangs beschikbaar gekomen kinderopvangtoeslag administratie 2013 (bron: CBS, 2014).

Volumekrimp toeslaguren kinderopvang 2013: -15% (2012: -10%)
Het totaal aantal bij de Belastingdienst gedeclareerde toeslaguren voor alle opvangsoorten (dagopvang, BSO en gastouderopvang) in Nederland is in 2013 - vergeleken met 2012 - met bijna 15% afgenomen.  Dat is hoger dan de krimp in 2012 die 10% bedroeg.  
Deze grotere krimp wordt mede veroorzaakt doordat in 2013 huishoudens met hogere inkomens geen toeslag meer ontvingen voor het eerste kind en uit de toeslagadministratie verdwenen. Hierdoor is de daling van het aantal gedeclareerde toeslaguren dus hoger dan de werkelijke volumekrimp waar ondernemers mee te maken hebben. Met aanvullende data-analyses hebben we dat effect - zowel landelijk als per gemeente - eveneens in beeld gebracht.

Krimp dagopvang in 2013: -17% (-10% in 2012)
De volumekrimp in de toeslagadministratie varieert per opvangsoort en was het hoogst in de dagopvang voor 0-4 jarigen (-17%) gevolgd door de buitenschoolse opvang (-12%). Ook het volume aan gastouderopvang is teruggelopen: bij de 0 tot 4 jarigen met 11% en bij de 4 tot 12 jarigen met 9%.

Grote regionale verschillen: Amsterdam en Rotterdam koplopers in krimp
Uit de analyse van de toeslagdata blijkt dat er sprake is van grote regionale verschillen. De top 4 van gemeenten met de grootste krimp van het aantal kinderopvanguren (het totaal van alle opvangsoorten) bestond in 2012 uit Rotterdam, Amsterdam, Almere en ’s-Gravenhage. In 2013 zijn deze gemeenten opnieuw de krimpkoplopers van Nederland:

  Aantal toeslaguren
2012-2013
In %
2012-2013
In %
2011-2012
In %
2010-2011
Amsterdam  - 6.675.270 (2012: -4.651.890)  -17% -10%  +1%
Rotterdam  - 6.162.810 (2012: -5.371.350)  -22% -16%  -2%
's-Gravenhage  - 4.159.250 (2012: -2.284.070)  -17% -9%  -1%
Almere  - 2.440.040 (2012: -2.402.290)  -21% -17%  -1%

Van alle gemeenten kent Amsterdam in 2013 volgens de toeslagadministratie het grootste afzetverlies aan kinderopvang in één jaar tijd. Daar daalde de afzet aan opvang met bijna 6,7 miljoen uren in vergelijking met 2012. In Amsterdam wordt echter een aanzienlijk groter deel van de krimp verklaard door het wegvallen van de hoge inkomens in de toeslagadministratie. Als we daarvoor corrigeren blijft Rotterdam - net als in 2012 - de krimpkoploper van Nederland.    

De gemeenten Amsterdam, Rotterdam, ’s-Gravenhage en Almere zijn verantwoordelijk voor 22% van het totale verlies aan afzet en werkgelegenheid in de branche in 2013. Van de 4 grote gemeenten heeft Utrecht met -8% de laagste volumekrimp in 2013.

Krimp dagopvang en BSO per gemeente ...
Uit de resultaten per gemeente blijkt dat er een grote variatie is in marktontwikkeling per regio.  
Meer dan 220 gemeenten (54% van het totaal) verliezen in 2013 15% of meer aan volume dagopvang en bij 1 op de 5 gemeenten is het zelfs 20% of meer. Het gaat dan bijvoorbeeld om de gemeenten Landgraaf (-29%), Lelystad (-26%), Capelle aan den IJssel (-24%) en Barendrecht (-24%). In deze gemeenten is het gebruik door hoge inkomens relatief beperkt en benaderen deze cijfers dus de daadwerkelijke krimp zeer nauwkeurig.

Rotterdam tekent in 2013 opnieuw voor het grootste verlies aan BSO uren (-21% of bijna 1,8 mln. BSO uren minder). Maar er zijn meer gemeenten die veel BSO verliezen: Maastricht (-24%), Opmeer (-24%), Dordrecht (-22%), Vlaardingen (-22%) en Schiedam (-20%).  Er zijn in 2013 slechts enkele gemeenten (5% van het totaal) waar volgens de toeslagadministratie de BSO nog is gegroeid. Dat zijn onder andere Midden-Delfland (+4%), Barneveld (+4%) en Eersel (+5%).
 
Effect bezuinigingen op toeslag voor hoge inkomens in 2013
In de gemeente Blaricum is het aandeel kinderopvanggebruikers met een hoog inkomen verreweg het grootst en heeft het verdwijnen van de vaste voet  van de toeslagregeling relatief het meeste effect gehad. Ook in de gemeenten Laren, Bloemendaal, Naarden en Bussum is dit effect relatief groot geweest.
In de gemeente Den Helder, Spijkenisse en Hellevoetsluis zijn er niet of nauwelijks kinderopvang gebruikers getroffen door deze maatregel.

Omzet kinderopvangbranche duikt vanaf 2014 onder de € 3 mld.
De brancheomzet  neemt vanaf 2012 af en daalt in 2013 tot € 3,1 mld. (iets meer dan € 3,2 mld. als we de huishoudens met hogere inkomens meetellen die in 2013 geen toeslagaanspraak meer hadden).  
In onderstaande figuur onze omzetprognose en netto-lastenverdeling over ouders, werkgevers en het Rijk:  

omzet tot 2016

1 Voor 2013 kregen alle inkomensgroepen - ook de hoogste - tenminste 33% van de kinderopvangkosten vergoed (de zogenaamde werkgeversbijdrage). In 2013 is dat voor de hogere inkomens afgebouwd.    
2 Omzet tot aan het maximumuurtarief waarover de toeslag wordt berekend.

Bron: tot en met 2013 CBS, SZW, OCW, ramingen 2014 ev Buitenhek Management & Consult

In de Rijksbegroting 2015 staat dat de omzet en netto Rijksbijdrage in 2015 weer toeneemt. Die prognose volgen we dus niet (zie verderop in deze nieuwsbrief). Dat betekent dat in 2015 opnieuw een begrotingsmeevaller ontstaat.     

Effect bezuinigingen veel groter dan geraamd:  nieuwe begrotingsmeevallers in 2015
De belangrijkste oorzaak van de begrotingsmeevallers is het - veel - grotere gedragseffect op de bezuinigingsmaatregelen die in 2012 zijn vastgelegd in de overheidsbegroting.

Dat blijkt ook al uit de toelichting van minister Asscher op de kinderopvangbegroting voor 2015:

“Onlangs zijn enkele onderzoeken verschenen over het gebruik van kinderopvang. Het SCP heeft een analyse gemaakt van de vraaguitval in de kinderopvang, en het CPB heeft een studie gepubliceerd over de relatie tussen de hoogte van de ouderbijdrage en het gebruik van kinderopvang. Op grond van deze studies lijkt de prijselasticiteit in de formele opvang groter dan uit eerdere studies bleek. Het ministerie beziet momenteel of en hoe de resultaten gebruikt kunnen worden om de raming van de kinderopvangtoeslag te verfijnen. Eventuele bijstellingen als gevolg hiervan zullen - samen met de eventuele doorwerking van de realisaties 2014 - bij Voorjaarsnota worden verwerkt.” Bron: Beantwoording Kamervragen begroting SZW 2015 (SZW, oktober 2014)

Dat betekent dat het zeer waarschijnlijk is dat er bij de Voorjaarsnota van 2015 opnieuw een meevaller kan worden ingeboekt op de kinderopvangbegroting van tenminste € 100 mln. Het is zelfs zeer waarschijnlijk dat die nog hoger uitvalt. De Rijksbegroting gaat namelijk uit van een groei van het aantal kinderen met toeslag in 2015 en de jaren daarna:

totaal 2016

Bron: Bewerking op basis van cijfers 2e kwartaal 2014 (SZW) en beantwoording Kamervragen begroting SZW 2015 (SZW, oktober 2014), * inclusief raming kinderen uit huishoudens met hoge inkomens zonder toeslagaanspraak in 2013

Die toename wordt voor ongeveer 90% onderbouwd met de geraamde groei van de BSO (+6% in 2015). Ook voor de jaren daarna is een stevige volume groei van de BSO ingeboekt. Het aantal basisschoolleerlingen neemt de komende jaren echter sterk af en ook de aanvoer van kinderen uit de dagopvang voor de BSO is aanzienlijk lager dan voorheen. Dat betekent dat de doorstroomratio’s aanzienlijk omhoog moeten en dat is een scenario waar het overgrote deel van de kinderopvang ondernemers geen rekening mee houdt.

Lokale cijfers relevant voor lokaal beleid
De variatie in omzet- en volumeontwikkeling per gemeente en per opvangsoort is groot. Ook het effect van de hoge inkomens maatregel op de beschikbare toeslagdata over 2013 varieert sterk. Op aanvraag maken we analyses op maat met de data van uw werkgebied.

Reageren?

Deze nieuwsbrief wordt samengesteld door medewerkers van Buitenhek Management & Consult. Op www.buitenhek.nl - contact kunt u zich hiervoor aanmelden. Reacties op de inhoud van deze nieuwsbrief kunt u richten aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..