Bouwen
Submit to TwitterSubmit to LinkedIn
 
Utrecht - maart 2015

Money versus mouth

Rond deze tijd wordt de uitslag van de verkiezingen voor de Provinciale Staten bekend. De uitslag daarvan is bepalend voor verhoudingen in de Eerste Kamer en dus voor de slagkracht van dit Kabinet.

Als de peilingen uitkomen zijn er geen ingrijpende beleidsaanpassingen te verwachten voor de kinderopvangbranche en kabbelt het huidige beleid door tot de Tweede Kamerverkiezingen in  2017. Het voordeel daarvan is dat we nu al kunnen terugblikken op het kinderopvang beleid in de kabinetsperiode 2013 – 2017.
In 2012 werden de netto lasten van het Rijk aan kinderopvangtoeslag in 2017 nog geraamd op ruim 1,5 mld. (Rijksbegroting 2013). Twee jaar later – in de laatste Rijksbegroting – werd die raming bijgesteld naar minder dan 1,1 mld. (Rijksbegroting 2015).

Op de kinderopvangbegroting is er in deze kabinetsperiode voldoende financiële ruimte – structureel 400 tot 500 mln. – aan meevallers geweest om de toeslagregeling te verruimen naar een gelijke verdeling van lasten tussen werkgevers, ouders en het Rijk. Een tripartiete verdeling die al geruime tijd wordt gesteund door een ruime meerderheid in de Tweede Kamer. Het uitblijven van die beleidskeuze is daarmee misschien wel de meest opvallende gemiste kans van de politiek in de periode 2013 - 2017.
 

Kamerbreed

En als het al niet lukt om met beschikbare fi nanciële dekking  een Kamerbrede ambitie te vervullen, hoe lastig wordt het dan wel niet om veel ingrijpender ambities met minder draagvlak te verwezenlijken. In dat perspectief lijkt het plan van Samsom – om voor alle 3-jarigen een plekje op de basisschool aan te bieden – al bij voorbaat een politieke utopie. De optimistische begroting die de Onderwijsraad van dat plan maakte in 2010 – voor maximaal 200 mln. extra zitten alle 3-jarigen op de basisschool – is inmiddels ruimschoots achterhaald door de substantiële bezuinigingen op het peuterspeelzaalwerk en de kinderopvang. Een cruciale drempel of excuus voor de politiek to put the money where their mouth is is de argumentatie die geleverd wordt door de erkende organisaties zoals het Centraal Planbureau (CPB), het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
 

Wetenschappelijke analyses

Weet iemand nog dat het CPB in juni 2011 – net voor de besluitvorming over de bezuinigingen voor 2012 en verder –  voorspelde dat de bezuinigingen op de kinderopvang slechts 7.000 banen zou kosten? En weet iemand nog dat die analyse niet zo hard bleek te zijn en een halfjaar later werd bijgesteld naar 20.000 tot 30.000 banen (2011)? En weet iemand nog dat de prijsgevoeligheid van de kinderopvang in 2011 in het CPB model -0,2 (2011) bedroeg terwijl we in de laatste analyse van het CPB (2015) lezen: ‘De prijselasticiteit van kinderopvang is -0,42 en -0,60 voor respectievelijk paren met een jongste kind van 0 tot 3 jaar en van 4 tot 11 jaar.’ Alleen al daarmee wordt duidelijk dat de wetenschappelijke analyses over de kinderopvang nog lang niet uitgekristalliseerd zijn. Ook de recente analyse van het CBS (2015) dat de arbeidsparticipatie niet is aangetast door de bezuinigingen op de kinderopvang, geeft een ongenuanceerd beeld van de werkelijkheid. Dat neemt echter niet weg dat deze analyse de komende jaren als wetenschappelijke waarheid aangehaald zal worden in het debat tussen voor en tegenstanders van investeringen in kinderopvang.
 

Wetenschappelijke Raad Kinderopvang

Het is misschien wel de hoogste tijd dat de kinderopvangbranche investeert in een WRK, een wetenschappelijke raad voor de kinderopvang. Een groep kritische wetenschappers of onderzoeksjournalisten die nuance of weerwoord aanbrengen bij de wetenschappelijke en semiwetenschappelijke analyses die nu als stellige waarheid gepresenteerd worden.

Vergelijking van de kinderopvangbegroting van 2013 2015

Reageren? Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..
www.bbmp.nl