Bouwen
Submit to TwitterSubmit to LinkedIn
 

Nep nieuws van de bank

ABN AMRO luidt noodklok: opvang te duur, ouders straks weer thuis?

Mei 2019

Aanleiding
In een brancherapport meldt ABN AMRO verontrustend nieuws: Kinderopvang wordt te duur en daardoor gaan met name de meer verdienende tweeverdieners in de stad stoppen met werken. Diverse media melden op basis hiervan: ‘Kinderopvang voor veelverdieners in steden wordt te duur’ (FD) en ’Kinderopvang dreigt te duur te worden voor ouders’ (Telegraaf).

Maar is het scenario dat de bank schetst realistisch? In deze analyse kijken we naar de tariefontwikkeling, de netto bijdrage die meer-verdieners voor kinderopvang betalen en de afweging die zij zullen maken tussen de kosten van kinderopvang en de baten van een baan.
 
Tariefontwikkeling
Vanaf 2005 tot en met 2018 stijgen de verkooptarieven van dagopvang met gemiddeld 2,5% per jaar en die van buitenschoolse opvang (BSO) met gemiddeld 2,1% per jaar. Die stijging ligt iets hoger dan de stijging van het maximumtarief waarover de kinderopvangtoeslag wordt berekend. Dat stijgt in die periode gemiddeld met 2,1% voor dagopvang en voor BSO met 1% per jaar. 
Door de achterblijvende indexering van de toeslagregeling zien we dat steeds meer kinderopvang klanten over een deel van de kinderopvangkosten geen toeslagbijdrage meer ontvangen en die kosten volledig zelf moeten bekostigen. Die situatie speelt met name in stedelijke gebieden. Dat heeft veelal te maken met de hogere kosten voor huisvesting die stedelijke aanbieders doorberekenen in de kosten. Het netto-effect daarvan voor ouders is afhankelijk van de inkomensafhankelijke toeslagbijdrage. Die is de laatste jaren gewijzigd en met behulp van een rekenvoorbeeld kunnen we zien met welke netto kosten-baten analyse de meer-verdienende tweeverdieners in de stad geconfronteerd worden. 
 
Welke afweging moeten meer verdienende tweeverdieners in de stad maken?
Voor het gemak definiëren we 2 categorieën meer-verdienende tweeverdieners die gebruik maken van opvang tegen ene tarief dat ruim boven het maximum van de toeslagregeling ligt:
a. huishoudens met een gezamenlijk toetsingsinkomen van €75.000 per jaar en
b. huishoudens met een gezamenlijk toetsingsinkomen van €125.000 per jaar.
Voor hen zien de netto-kosten per uur er als volgt uit:
 Welke afweging moeten meer verdienende tweeverdieners in de stad maken?
* indien er meerdere kinderen uit een huishouden naar de opvang gaan is het toeslagbedrag voor die kinderen nog aanzienlijk hoger 
 
De netto-kosten per uur opvang voor deze meer-verdienende tweeverdieners bedragen in 2018
€3,30 per uur voor huishoudens met een toetsingsinkomen van €75.000 en €5,19 per uur voor huishoudens met een toetsingsinkomen van €125.000.
Als we die netto-kosten evenredig toedelen naar beide partners dan gaat het in 2018 om €1,15 per uur respectievelijk €2,60 per uur. In 2019 is dat zelfs nog minder voor de eerste categorie en enkele dubbeltjes extra voor de tweede categorie.
 
Als we deze rekensom voorleggen aan de meer-verdienende tweeverdieners in de stad dan zullen er weinig huishoudens zijn die de businesscase kunnen maken dat thuisblijven een voordeliger optie is dan werken. De stelling dat kinderopvang (te) duur is en dat daardoor dit type huishoudens van de arbeidsmarkt zal verdwijnen is geen realistisch scenario.
 
En hoe zit het dan met die andere categorieën?
Niet alleen de meer-verdieners maar ook de minder-verdieners maken gebruik van kinderopvang.
Ook hier definiëren we 2 categorieën minder-verdienende tweeverdieners: 
a. huishoudens met een gezamenlijk toetsingsinkomen van €35.000 per jaar en
b. huishoudens met een gezamenlijk toetsingsinkomen van €20.000 per jaar.
Voor hen zien de netto-kosten per uur er als volgt uit:
 Niet alleen de meer-verdieners maar ook de minder-verdieners maken gebruik van kinderopvang. Hoe zit het dan met die categorieën?
* indien er meerdere kinderen uit een huishouden naar de opvang gaan is het toeslagbedrag voor die kinderen nog aanzienlijk hoger 
De netto-kosten per uur opvang voor deze minder-verdienende tweeverdieners bedragen in 2018
€1,21 per uur voor huishoudens met een toetsingsinkomen van €35.000 en €0,67 per uur voor huishoudens met een toetsingsinkomen van €20.000.
Als we die netto-kosten evenredig toedelen naar beide partners dan gaat het in 2018 om €0,60 per uur respectievelijk €0,33 per uur. In 2019 is dat zelfs nog iets minder voor beide categorieën.
Ook voor de minder-verdienende tweeverdieners in de stad geldt dus dat thuisblijven, in plaats van werken, een financieel uiterst onaantrekkelijk optie is. Ook voor de groep minder-verdieners in de grote stad is de geschetste prognose van ABN AMRO dus geen realistisch scenario.
 
Conclusie
De analyse van ABN AMRO en de media aandacht die daaromheen wordt gevoed draagt bij aan het beeld dat kinderopvang duur is. Dat beeld klopt niet zoals blijkt uit voorgaande analyse.
Thuisblijven en zélf voor de kinderopvang zorgen is voor alle gezinnen een netto aderlating en met behulp van deze analyse kan de bank dat nu ook aan klanten toelichten.   
 
Zie hieronder de tariefontwikkeling voor dagopvang en BSO vanaf 2005. Daaruit blijkt dat de tariefontwikkeling tot en met 2018 geen grote schokken naar boven laat zien in tijden van wachtlijsten maar ook geen grote schokken naar beneden laat zien in tijden van overcapaciteit. 
De stelling van de bank dat personeelstekorten zullen leiden tot sterke stijging van tarieven is niet gebaseerd op onderzoek over de afgelopen 15 jaar waarin die situatie zich heeft voorgedaan.

Tariefontwikkeling dagopvang en BSO 2005-2018

bron: SZW
mei2019