Bouwen
Submit to TwitterSubmit to LinkedIn
 
 
 

Utrecht, november 2015

Update harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk

Inleiding
De komende maanden staan er enkele belangrijke besluiten op de rol in Den Haag die van invloed kunnen zijn op de lokale inspanningen van gemeenten en aanbieders bij de harmonisatie van peuterspeelzaalwerk en kinderopvang. Het gaat dan onder andere om:
  1. de besluitvorming over het peuterplan van Asscher in de eerste helft van 2016;
  2. het besluit over de verdeling van de extra middelen die minister Asscher begroot vanaf 2016 om gemeenten in staat te stellen voorschoolse voorzieningen toegankelijk te houden;
  3. een nieuwe verdeling van de middelen voor gemeentelijk onderwijsachterstanden beleid (goab) vanaf 2017.

In deze nieuwsbrief een samenvatting van de besluitvorming en de planning die in Den Haag speelt.  
 
Ad b. Peuterplan Asscher: besluitvorming in voorjaar 2016
In de brief van 1 juli 2015 stelde Asscher het wetsvoorstel voor de harmonisatie van kinderopvang en peuterspeelzaalwerk in het voorjaar van 2016 aan de Tweede Kamer voor te leggen. De contouren van het plan staan inmiddels wel vast, maar een belangrijk discussiepunt bij de besluitvorming in de Tweede Kamer over het Peuterplan is het onderscheid dat het Peuterplan maakt in regelingen tussen tweeverdieners- (financiering via de landelijke kinderopvangtoeslagregeling) en kostwinnersgezinnen (financiering via gemeentelijke regeling). Dat blijkt onder andere uit de beraadslagingen over het Peuterplan tot nu toe:

 ______

Bisschop (SGP): Als ik het betoog van de Minister goed begrijp, is het zo dat het eerste gezin in aanmerking komt voor kinderopvangtoeslag en dat het tweede gezin is aangewezen op de gemeente. Daarmee is er toch volstrekt sprake van ongelijke behandeling? Het echtpaar dat ervoor kiest om op een bepaalde wijze de gezinszorg en de zorg voor de kinderen in te richten, wordt op een heel andere manier behandeld dan het echtpaar dat voor een andere manier kiest. Dat is vanuit staatsrechtelijke overwegingen toch niet te rechtvaardigen?
Yücel (PvdA): “Mijn collega Van Weyenberg (D66) noemde het net ook al. De scheidslijnen komen te liggen tussen voorzieningen voor werkende ouders en voorzieningen voor niet-werkende ouders. Hoe kijkt de Minister aan tegen dit risico van tweedeling? Ook mijn fractie ziet dit risico in de uitwerking. Hoe kan het ondervangen worden?"

bron: Algemeen overleg vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 26 maart 2014

______

Ook breder in de politiek en in het werkveld wordt het onderscheid in regelingen tussen tweeverdieners en kostwinners bekritiseerd.
Gelet op deze discussie is het niet onrealistisch om aan te nemen dat de tweedeling in het Peuterplan tussen kostwinners- en tweeverdienersgezinnen wordt aangepast waardoor vanaf 2018 voor alle peuters dezelfde regeling geldt. In onderstaande figuren links het huidige ontwerp Peuterplan en rechts de variant waarbij het onderscheid tussen tweeverdieners en kostwinners is opgeheven:
 
psz 01psz 02

Als deze variant het haalt in de Tweede Kamer vervallen alle - veelal verschillende - gemeentelijke ouderbijdrageregelingen, is de toegankelijkheid (lees: betaalbaarheid) van voorschoolse voorzieningen voor alle gezinnen in Nederland grotendeels gelijk , vervalt veel administratieve rompslomp (o.a. toepassen en verrekenen ouderbijdrageregeling, aparte subsidieregeling kostwinners, het aanvragen van inkomens-verklaringen door kostwinnersgezinnen bij de Belastingdienst) en komt er voor alle gezinnen een basis voorschools aanbod met overal dezelfde inkomensafhankelijke eigen bijdrage.
Dit perspectief moeten gemeenten en aanbieders zeker meenemen bij lokale harmonisatie plannen.

Ad c. Besluit verdeling extra middelen vanaf 2016 voor gemeenten
Verder is recent aangekondigd door het Kabinet dat er aanvullende middelen beschikbaar gesteld worden aan gemeenten voor het verbeteren van de toegankelijkheid van de peuterspeelzalen. In de Rijksbegroting is te zien dat dit extra bedrag start in 2016 en geleidelijk oploopt:  

psz 03
 
Bron: Rijksbegroting SZW 2016

1 Soms blijft er lokaal gefinancierd maatwerk nodig bijvoorbeeld om de extra kosten te dekken van voorzieningen op specifieke locaties (bijvoorbeeld in kleine kernen met een lage bezettingsgraad of in nieuwbouw IKC’s met relatief hoge huisvestingslasten).

Nog onduidelijk is hoe deze middelen worden verdeeld over gemeenten. Dat zal eind 2015 bekend worden.
Wel is duidelijk dat deze extra bijdrage in 2018 macro € 30 mln. bedraagt terwijl de korting op de decentralisatie uitkering voor gemeenten ter dekking van het Peuterplan in 2018 ongeveer € 35 mln. bedraagt. Het is dus nog even afwachten in hoeverre deze korting wordt gecompenseerd door de extra middelen. Ook dit perspectief moeten gemeenten en aanbieders zeker meenemen bij lokale harmonisatie plannen.

Ad. c. Nieuwe verdeling OAB / VVE middelen gemeenten per 2017  
Ook in de variant (zie onder a.) van het Peuterplan waarbij het onderscheid tussen tweeverdieners en kostwinners is opgeheven blijven gemeenten verantwoordelijk voor de financiering van VVE. Op 6 november 2015 heeft staatssecretaris Dekker een brief  naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarin staan nieuwe uitgangspunten voor verdeling van de middelen voor gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid (OAB) over de gemeenten vanaf 2017. Kern van het voorstel is dat er straks een evenredige verdeling is van de middelen over alle gemeenten op basis van het aantal gewichtenleerlingen. Dat betekent grofweg dat grotere gemeenten minder, en kleinere gemeenten méér OAB middelen krijgen. Dit voorstel heeft dus direct effect op de middelen die gemeenten vanaf 2017 beschikbaar hebben voor de voorschoolse voorzieningen en voor VVE beleid. In een aparte nieuwsbrief - zie http://www.buitenhek.nl/voorstel-nieuwe-verdeling-middelen-voor-vve-beleid-in-gemeenten - vindt u concrete informatie over de door Dekker voorgestelde verdeling per gemeente. Daarin staat ook dat over het voorstel nog een debat gevoerd zal worden in de Tweede Kamer. Dekker heeft er bij de Kamer op aangedrongen om de besluitvorming uiterlijk begin 2016 af te ronden zodat gemeenten voldoende tijd krijgen om - op basis van de nieuwe budgetten - het OAB beleid vanaf 2017 aan te passen. Inmiddels is de discussie over het voorstel van Dekker van start gegaan .

Conclusie
In het eerste halfjaar van 2016 krijgen gemeenten meer duidelijkheid uit Den Haag met welke verantwoordelijkheden zij krijgen en welke financiële dekking daar tegenover staat.

 
Reageren?

Deze nieuwsbrief wordt samengesteld door medewerkers van Buitenhek Management & Consult. Hieronder kunt u zich hiervoor aanmelden. Reacties op de inhoud van deze nieuwsbrief kunt u richten aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..