Bouwen
Submit to TwitterSubmit to LinkedIn
 
 
 

Utrecht, december 2015

Update verdeling OAB middelen vanaf 2017 voor VVE in gemeenten

Op 6 november 2015 heeft staatssecretaris Dekker een brief naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarin stonden de nieuwe uitgangspunten voor verdeling van de middelen voor gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid (OAB) over de gemeenten vanaf 2017.
Op 18 november 2015 is het voorstel besproken in de Tweede Kamer en zijn er diverse moties ingediend met aanpassingen op het voorstel van Dekker en op 24 november 2015 heeft de Tweede Kamer gestemd over die aanpassingsvoorstellen. In deze nieuwsbrief een update inclusief de nieuwe verwachtingen voor de verdeling per gemeente vanaf 2017. 

Aangenomen motie  
Eén motie kreeg op 24 november jl. een Kamermeerderheid en is aangenomen (motie Yücel) met steun van een krappe meerderheid van PvdA, SP, CDA en D66. Deze motie luidt als volgt:

 ______

De Kamer,
gehoord de beraadslaging, constaterende dat voorschoolse en vroegschoolse educatie (vve) bedoeld is voor alle kinderen met een taal- en leerachterstand; constaterende dat de huidige verdeelsystematiek loopt tot 31 december 2016 en dat er snel duidelijkheid moet komen over de verdeelsystematiek vanaf 2017 en dat de doelgroep definitie en de gewichtenregeling nu niet dekkend zijn voor alle kinderen met een taalachterstand en ook niet mee kunnen bewegen met een veranderende bevolkingssamenstelling in een gemeente;
overwegende dat een verbeterde maatstaf voor alle gemeenten een duurzame oplossing kan bieden vanaf 2017 en dat een herverdeling van de middelen niet wenselijk is voordat er een dynamischere maatstaf ontwikkeld is die alle doelgroepkinderen dekt; verzoekt de regering:

  • A. te onderzoeken welke middelen nodig zijn voor een effectief en landelijk dekkend vve-aanbod voor alle doelgroepkinderen;
  • B. een betere en dynamischere maatstaf te laten ontwikkelen in samenwerking met het vve-veld, de gemeenten en de wetenschap met als doel een beter bereik van doelgroepkinderen in elke gemeente en dit terug te koppelen voor het voorjaar van 2016;
  • C. daarbij te bezien welke consequenties dat heeft voor de gewichtenregeling en de verdeling van de vve-middelen vanaf 2017,
    en gaat over tot de orde van de dag.

______

Kort samengevat komt deze motie erop neer dat de Kamer Dekker vraagt:

  1. nader onderzoek te doen naar het budget: is er voldoende geld beschikbaar in de begroting om alle doelgroepkinderen te bedienen?;
  2. uiterlijk in het voorjaar van 2016 in samenspraak met het werkveld een nieuwe maatstaf te presenteren voor de verdeling van de middelen over gemeenten;
  3. op basis daarvan de huidige maatstaf (de gewichtenregeling) zo nodig aan te passen.


Wat meldt Dekker zelf over de gevolgen van deze motie?  
Dekker heeft deze motie ontraden en motiveert dat als volgt:

  1. Dekker stelt dat dat het beschikbare budget voor het vve-onderwijs adequaat is en geen aanpassing (lees: verhoging) behoeft;
  2. Over het onderzoek naar een nieuwe indicator voor achterstanden (in plaats van de gewichtenregeling) geeft hij aan dat het afronden van zo’n traject te laat komt om van invloed te zijn op de verdeling van middelen in 2017. Letterlijk zegt hij:
    "Als we het voor 2017 goed willen regelen, moeten we rond de jaarwisseling beginnen met het inzetten van een traject voor een AMvB. Dit ook al omdat je zo rond de zomer aan gemeentes wil laten weten over welke middelen zij kunnen beschikken. Wat de motie vraagt, gaat dus gewoon niet in het tijdpad."

Hij geeft vervolgens ook meteen aan wat de consequenties zijn als de motie wordt aangenomen: “In 2017 zit de eerste stap in de neergang van het budget erin. Het budget voor het totale aantal gemeenten gaat dan met zo'n 10 miljoen naar beneden. Als je dan geen eerste stap kunt zetten in een andere verdeling van de middelen, krijgen alle gemeentes evenredig minder budget (lees: iedere gemeente krijgt bijna 3% minder dan in 2016).”
Dekker geeft aan dat met name de kleinere gemeenten daar de dupe van zijn:  
“Ook dat vind ik heel erg naar voor de kleine gemeentes, waarvan we nu al constateren dat zij te weinig middelen hebben. Zij gaan dan gewoon mee in de neerwaartse trend. Bovendien blijf je dan een aantal heel rare verhoudingen hebben in de ontstane scheefgroei. Ik heb de Kamer daar al eens op gewezen. Bijvoorbeeld Rotterdam krijgt €7.000 per schoolgewicht, terwijl dat bij de buren in Krimpen aan den IJssel €1.850 per schoolgewicht is. Dat is een factor 3,5. Als we niet mogen herverdelen in 2017, blijf je deze ongelijkheid hebben en gaan de kleine gemeentes erop achteruit.”
Samenvattend meldt hij:
“Als deze motie wordt aangenomen, komt de eerste trede in de begroting ten laste van alle gemeenten en gaan de kleine gemeenten die nu al minder bedeeld worden erop achteruit. Dat is gewoon de consequentie. Uiteindelijk is het oordeel aan uw Kamer, maar dit zal dan wel zijn uitvoering krijgen in de AMvB die wij rond de jaarwisseling moeten opstellen.”

Meest waarschijnlijke scenario voor OAB per 2017: -3% bij alle gemeenten
Dekker stelt dus dat het aannemen van deze motie ertoe leidt dat alle gemeenten - in vergelijking met het huidige OAB budget - er 3% op achter uitgaan in 2017.
Nu deze motie is aangenomen betekent het dat dit nu het meest waarschijnlijke scenario voor 2017 is.

Tot slot
Nog deze maand zal Dekker de Kamer informeren over de consequenties van deze motie. Mocht dat leiden tot nieuwe uitgangspunten dan zullen wij u daarover berichten.   
Wie het debat over de verdeling OAB middelen nog eens wil teruglezen kan dat via deze link.

 
Reageren?

Deze nieuwsbrief wordt samengesteld door medewerkers van Buitenhek Management & Consult. Hieronder kunt u zich hiervoor aanmelden. Reacties op de inhoud van deze nieuwsbrief kunt u richten aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..