Bouwen
Submit to TwitterSubmit to LinkedIn
 

Utrecht, september 2016

Van Peuterplan 1.0 naar Peuterplan 2.0

Peuterplan 1.0 in najaar 2016 in Tweede Kamer

Het wetsvoorstel over de harmonisatie van kinderopvang en peuterspeelzaalwerk ligt nu voor advies bij de Raad van State. Na behandeling door de Raad zal het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd worden en zal de Kamerbehandeling volgens planning in het najaar van 2016 worden afgerond.
Met een kleine aanvulling op het wetsvoorstel kan al per 2018 een basisaanbod voor peuters gerealiseerd worden. In deze nieuwsbrief de contouren van Peuterplan 2.0.
 

Kansen om te profiteren van jarenlange praktijkervaring

Bijna de helft van het peuterspeelzaalwerk in Nederland heeft niet gewacht op het wetsvoorstel van Peuterplan 1.0 en werkt al volgens de nieuwe regeling. Daar is het peuterspeelzaalwerk al geregistreerd als kinderopvang.
Veel ouders en aanbieders in die gemeenten hebben dus - soms al jarenlang - ervaring met het stelsel waarover de Kamer zich in het najaar buigt. Die ervaring biedt aanknopingspunten om het huidige wetsvoorstel te verbeteren.
 

Wat zijn de nadelen van Peuterplan 1.0?

Gemeenten blijven in Peuterplan 1.0 verantwoordelijk voor de financiering van de peuteropvang voor kostwinnersgezinnen. Dat vergt dus voor iedere gemeente (er zijn er 390 in 2016) het vaststellen, inrichten en uitvoeren van een eigen gemeentelijke subsidieregeling voor kostwinners. Deze kostwinnersregeling varieert dus per gemeente en heeft meestal tot gevolg dat deze groep ouders inzage moet geven in het huishoudinkomen voor het vaststellen van de ouderbijdrage. Dat effect kwam al expliciet aan de orde in recente Kamervragen:
 
  1. Wat is uw reactie op het voorgestelde beleid van de gemeente Rotterdam, waarin voorgesteld wordt dat houders van voorschoolse voorzieningen de ouderbijdrage gaan vaststellen en innen? 
  2. Acht u het een wenselijke ontwikkeling dat Rotterdamse ouders aan voorschoolse voorzieningen inzicht moeten geven in hun persoonlijke gegevens als het verzamelinkomen om toegang te krijgen tot voorschoolse voorzieningen?
    Zie Kamervragen van het lid Siderius en antwoorden minister, 18 april 2016
 
Voor tweeverdieners geldt deze inzageverplichting niet omdat zij de toeslagbijdrage rechtstreeks regelen bij de Belastingdienst.
 
Het onderscheid in de behandeling van kostwinners en tweeverdieners in het Peuterplan 1.0 veroorzaakt extra administratieve rompslomp bij aanbieders (administratieve verwerking ouderbijdrage), gemeenten (toetsing recht op subsidie en toetsing hoogte ouderbijdrage), Belastingdienst (enkele tienduizenden inkomensverklaringen per jaar) en ook bij ouders (aanvragen en aanleveren inkomensverklaringen).
 
  
In de Tweede Kamer was het onderscheid tussen tweeverdieners (financiering via Belasting-dienst) en kostwinners (financiering via gemeente) in Peuterplan 1.0 overigens al eerder onderwerp van gesprek:
 

Yücel (PvdA): “Mijn collega Van Weyenberg (D66) noemde het net ook al. De scheidslijnen komen te liggen tussen voorzieningen voor werkende ouders en voorzieningen voor niet-werkende ouders. Hoe kijkt de Minister aan tegen dit risico van tweedeling? Ook mijn fractie ziet dit risico in de uitwerking.
Hoe kan het ondervangen worden?
Bisschop (SGP): Als ik het betoog van de Minister goed begrijp, is het zo dat het eerste gezin in aanmerking komt voor kinderopvangtoeslag en dat het tweede gezin is aangewezen op de gemeente. Daarmee is er toch volstrekt sprake van ongelijke behandeling? Het echtpaar dat ervoor kiest om op een bepaalde wijze de gezinszorg en de zorg voor de kinderen in te richten, wordt op een heel andere manier behandeld dan het echtpaar dat voor een andere manier kiest. Dat is vanuit staatsrechtelijke overwegingen toch niet te rechtvaardigen?
Zie Algemeen overleg vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid 26 maart 2014

 
Peuterplan 2.0 vergt beperkte aanpassing toeslagregeling

De kinderopvangtoeslag is nu nog slechts toegankelijk voor gezinnen waar beide ouders werken1. Door een beperkte aanpassing in de toeslagregeling - waardoor ook voor kostwinnersgezinnen met peuters een beperkte maximale toeslagaanspraak geldt (bijvoorbeeld van maximaal 240 uur per jaar) - kan een einde gemaakt worden aan de extra administratieve rompslomp en het onderscheid in toegankelijkheid voor kostwinners en tweeverdieners.
Zo ontstaat Peuterplan 2.0 waarbij voor alle peuters in Nederland dezelfde regeling geldt voor toegankelijke voorschoolse voorzieningen:
 
image 01092016 
Deze aanpassing beperkt de bestuurlijke en ambtelijke inzet van 390 gemeenten voor het inrichten en toetsen van de eigen kostwinnersregeling, beperkt de stroom aan inkomensverklaringen en waarborgt dezelfde privacy voor de inkomensgegevens van zowel kostwinners als voor tweeverdieners.
Rest de vraag wat Peuterplan 2.0 kost en welke dekkingsmiddelen er mogelijk beschikbaar zijn.
 

Extra lasten Peuterplan 2.0 ca. € 100 mln. per jaar

Er zijn ca. 350.000 peuters van 2 tot 4 jaar in Nederland (CBS, 1/1/2016). Daarvan heeft bijna 80% (78%, CBS 2016) aanspraak op toeslag. Er zijn dus ca. 75.000 peuters - grotendeels uit kostwinnersgezinnen - waarvoor de toeslagregeling nu niet geldt en in het huidige Peuterplan 1.0 zijn aangewezen op een gemeentelijke regeling.
Het verbreden van de toeslagregeling naar kostwinnersgezinnen voor maximaal 240 uur per peuter per jaar vergt een extra toeslagbijdrage van ca. € 100 mln. per jaar2.
 
1) plus nog enkele specifieke doelgroepen
2) gebaseerd op toeslagregeling 2017 en een bereik van 90%
 

Dekking extra lasten Peuterplan 2.0 binnen huidige begroting KOT en OAB

Nu al heeft het Kabinet structureel € 60 mln. aan decentralisatie uitkering gereserveerd voor de dekking van de kostwinnersregelingen van de 390 gemeenten in Peuterplan 1.0.
Als de 390 gemeentelijke kostwinnersregelingen worden vervangen door de toeslagregeling kan die decentralisatie uitkering vervallen en worden toegevoegd aan de toeslagbegroting.
De resterende dekking van € 40 mln. kan komen uit de onderbesteding in het budget voor kinderopvangtoeslag (€ 285 miljoen in 2015).
Maar ook kan dekking gezocht worden in de gemeentelijke onderwijsachterstanden middelen (OAB). Peuterplan 2.0 biedt immers ook een basisaanbod van 2 dagdelen per week voor peuters mét een VVE indicatie. Dat aanbod wordt nu nog bekostigd vanuit de gemeentelijke OAB middelen. De OAB middelen die gemeenten niet meer nodig hebben voor dekking van het basisaanbod VVE kunnen dan worden overgeheveld naar de toeslagbegroting ter dekking van Peuterplan 2.0.
 

Tot slot

Door in de huidige toeslagregeling voor peuters uit kostwinnersgezinnen een begrensde maximale toeslagaanspraak van 240 uur per jaar in te voeren komt Peuterplan 2.0 al tot stand.
Daarmee kan al vanaf 2018 de toegankelijkheid gewaarborgd worden voor een basisaanbod van voorschoolse voorzieningen waar alle peuters uit alle gemeenten en gezinnen van kunnen profiteren.
 
Reageren?

Deze nieuwsbrief wordt samengesteld door medewerkers van Buitenhek Management & Consult. Hieronder kunt u zich hiervoor aanmelden. Reacties op de inhoud van deze nieuwsbrief kunt u richten aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..