Bouwen
Submit to TwitterSubmit to LinkedIn
 
Utrecht - juli/augustus 2017

WRR: kinderopvang moet goedkoper

Onlangs verscheen een analyse over kinderopvang in Nederland van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid: De val van de middenklasse? (2017). Het onafhankelijke adviesorgaan van de regering pleit daarin voor nieuwe maatregelen om de middeninkomens een steuntje in de rug te geven.

Meer steun voor de middenklasse ziet de WRR voor zich in de vorm van meer vaste arbeidscontracten, meer onderwijs en scholingsmogelijkheden en beter betaalbare kinderopvang. Op dat laatste punt pleit de WRR voor beleid om de kinderopvang te verbeteren, goedkoper te maken en dat beleid voor langere tijd vast te leggen.
 
Nergens zo duur
In de media (NOS, 5 juli 2017) lees ik de volgende samenvatting:
 
‘De stress bij gezinnen met een middeninkomen wordt ook veroorzaakt door de manier waarop de kinderopvang geregeld is, concludeert de WRR. Behalve in Luxemburg en Zwitserland is die nergens in Europa zo duur als in Nederland. Vanwege eerdere bezuinigingen op de kinderopvang is het aantal mensen dat gebruikmaakt van kinderopvang gedaald.’
 
Dat beeld is lastig te rijmen met de recente berichten over kinderopvang. Een onevenwichtige prijs-kwaliteitverhouding leidt immers meestal tot minder in plaats van meer vraag. Maar ondanks de gebrekkige betaalbaarheid die de WRR meent te signaleren, zien we terugkerende wachtlijsten en zien we gezinnen uit diezelfde middenklasse steeds vaker informele opvang inruilen voor dagopvang of buitenschoolse opvang.

 
50 cent per uur
De gezinnen waar het WRR rapport over bericht, betalen in 2017 aan kinderopvang 0,50 euro (bij een belastbaar gezinsinkomen van 25.000 euro per jaar) tot hooguit 3,00 euro netto per uur (bij een belastbaar gezinsinkomen van 75.000).
Er is geen wetenschapper die daarmee kan onderbouwen dat anno 2017 betaalbare kinderopvang in Nederland nog een knelpunt is. Dit roept de vraag op waar de wetenschappers van de WRR hun pleidooi op baseren.
Op pagina 39 van het rapport vinden we de onderbouwing en ik citeer:
 
‘Voor gezinnen is de kinderopvang in Nederland relatief duur. Een overgrote meerderheid van ouders – van het lagere tot het midden en hogere inkomenssegment – zegt dat “kinderopvang tegenwoordig niet meer te betalen is”.’
 
Deze conclusie blijkt gebaseerd op een onderzoek van het SCP uit 2016 die de situatie van de kinderopvang beschrijft in – jawel – het jaar 2013!
Dat was het jaar dat de bezuinigingen van het voorgaande kabinet volledig doorwerkten op de branche. Sinds 2013 is er veel gebeurd. Zo is het relatieve aan- deel van ouders in de kosten kinderopvang gedaald van ruim 40 procent in 2013 naar minder dan 30 procent in 2017. Het pleidooi van de WRR voor betaalbare kinderopvang is daarmee mosterd na de maaltijd.
Dankzij het kabinetsbeleid in de periode na 2013 is betaalbare kinderopvang geen issue meer. Niemand – ook de middenklasse niet – kan anno 2017 nog met droge ogen beweren dat kinderopvang niet te betalen is en de lonen niet opwegen tegen de kosten van opvang.
 
Nieuwe afwegingen
Dat de WRR op dit punt de plank misslaat, doet niets af aan het andere wél waardevolle punt dat ze maakt over het kinderopvangbeleid in de richting van het nieuwe kabinet: verminder de onzekerheid voor gezinnen en leg het huidige kinderopvangbeleid voor meerdere jaren vast. Dit pleidooi is wel relevant.
Het nieuwe kabinet zal immers opnieuw een afweging moeten maken over de voorstellen voor nieuwe stelsels (ontwikkelrecht), nieuwe kwaliteitseisen (IKK), nieuwe financieringsvormen (directe financiering). De WRR pleit voor een beleidsarm scenario om kinderen en ouders meer zekerheid te bieden. Dat lijkt een uitgelezen aanknopingspunt voor de branche om het kabinet in wording met een onderscheidende lobby te verrassen:
 
Lobbytekst
‘Branche kinderopvang volgt WRR Vier jaar zekerheid voor werkende ouders!
 
De kinderopvangbranche volgt het WRR-advies en vraagt het nieuwe kabinet om het huidige beleid de komende kabinetsperiode ongewijzigd voort te zetten. De branche baseert zich op de WRR, die pleit voor meer ze- kerheid voor ouders die werk en zorg voor kinderen combineren. De huidige regeling waarborgt een betaalbaar en gedegen kinderopvangaanbod dat ouders waarderen met een 8.’
 
Het zou wat zijn: de kinderopvang verwijst partijen die extra geld in de kinderopvang willen investeren door naar het onderwijs: ‘Wij staan al met 1 beroepskracht op 8 peuters en maken ons zorgen over de overgang naar 1 op 25 in het onderwijs en het effect daarvan op de ontwikkeling van kinderen.’ Onderzoekt alles, maar behoudt het goede. Met deze Bijbeltekst moeten tenminste twee van de vier formatiepartijen te overtuigen zijn.

Reageren? Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..
www.bbmp.nl