17
February
2026
Sinterklaas bestaat en zit daar achter de tafel ...
"Sinterklaas bestaat! Daar zit hij, achter de tafel" is de historische one-liner van - de vorig jaar overleden - VVD-leider Hans Wiegel. Tijdens een debat eind 1972 verweet hij toenmalig PvdA-leider Joop den Uyl “links potverteren" en onverantwoord hoge overheidsuitgaven. Die stonden in het toenmalige conceptregeerakkoord voor een minderheidskabinet met PvdA, D66 en PPR.
D66, VVD en CDA presenteerden eind januari het coalitieakkoord 2026-2030 met als titel ‘Aan de slag’. In zijn presentatie over het coalitieakkoord stelt rekenmeester Wim Suyker dat het akkoord slechts het startpunt is voor onderhandeling met de oppositie. Dat betekent dat de oppositie ruimte heeft om plannen aan te passen en op zoek te gaan naar alternatieve dekking voor pijnlijke bezuinigingen.
En die pijnlijke punten zijn er in ruime mate waaronder de voorgenomen bezuinigingen op het eigen risico van de zorg, de AOW, de WW en het verhogen van de belasting voor het financieren van de extra inzet van middelen en personeel bij Defensie.
Uit de meest recente cijfers wordt steeds duidelijker dat de businesscase van de kinderopvangplannen rammelt. Het levert geen extra arbeidsparticipatie op, de markt kan niet in het extra aanbod voorzien en de investering van structureel € 3,4 miljard per jaar is wel een hele dure oplossing voor de inmiddels al opgeloste terugvorderingsproblemen. Dan resteert nog 1 motief om de plannen door te zetten en dat is inkomensverdeling en extreme lastenverlichting voor hogere inkomens en dat ziet er zo uit:

Uit de laatste cijfers blijkt dat ongewijzigd doorzetten van bijna gratis kinderopvang zomaar kan worden neergezet als “rechts potverteren” en voldoende onderbouwing oplevert voor een postuum revanche van Den Uyl: "Sinterklaas bestaat nog steeds! Daar, achter de tafel".
In deze analyse de laatste cijfers, alternatieven voor de huidige kinderopvangplannen en de opties voor de oppositie om dekking te vinden voor het aanpassen van voorgenomen bezuinigingen en lastenverzwaringen.
Kinderopvangbeleid als inkomensverdeler ...
De nieuwe plannen voor kinderopvang kosten € 3,4 miljard per jaar structureel en dat is meer dan de volgende maatregelen in het nieuwe coalitieakkoord:
• bezuinigingen op de WW: € 1,4 miljard;
• koppeling AOW-leeftijd aan de levensverwachting: € 2,8 miljard;
• bezuinigingen op de regelingen voor arbeidsongeschiktheid: € 2,2 miljard;
• bezuinigingen op de langdurige zorg: € 1,9 miljard;
• verhoging van het eigen risico van de zorg met € 60 per 2027: € 1,1 miljard.
De kinderopvangplannen zijn begroot op tweemaal de structurele lastenverzwaring van € 1,7 miljard voor bedrijven en zijn gelijk aan de belastingverhoging voor burgers van € 3,4 miljard voor de extra investeringen in Defensie via de vrijheidsbijdrage.
En die extra investering van € 3,4 miljard per jaar voor kinderopvang wordt door de coalitie nog steeds onderbouwd met 2 argumenten: a. bevorderen arbeidsparticipatie en b. terugdringen van toeslagterugvorderingen.
Dat de kinderopvangplannen geen bijdrage leveren aan arbeidsparticipatie of het oplossen van problematische terugvorderingen is al onderbouwd in economenvakblad ESB en in eerdere analyses van eind 2025. CPB deskundigen ontmaskerden 13 jaar geleden al - toen er fors bezuinigd werd op de kinderopvang - dat er nog een ander motief speelt bij het kinderopvangbeleid van de overheid en dat is inkomensverdeling.
Kern van die analyse was dat het overheidsbeleid niet focust op het publiek belang – marktfalen, stimuleren van arbeidsparticipatie of ontwikkeling van kinderen – maar veel meer op inkomensverdeling tussen arm en rijk. En de kinderopvangplannen pakken extreem goed uit voor hogere inkomens: meer dan 90% van die € 3,4 miljard per jaar voor die plannen landt bij hoge inkomens.
Extreme lastenverlichting hoge inkomens drijvende kracht achter plannen minderheidskabinet
Het verkiezingsprogramma van het CDA was nog het meest realistisch over de kinderopvangplannen en pleitte voor het aftoppen van bijna gratis kinderopvang tot een verzamelinkomen van € 90.000 per jaar. Dat zijn huishoudens met een gemiddeld bruto-inkomen van ruim € 100.000 per jaar.
Dat standpunt was niet alleen gebaseerd op de oplopende personeelstekorten maar ook door de extreme lastenverlichting voor hoge inkomens en dat was geen nieuw standpunt. In de aanloop naar het vorige kabinet stelde NSC in haar verkiezingsprogramma over bijna gratis opvang: "We draaien het voornemen van gratis kinderopvang terug. Er zijn al personeelstekorten in de kinderopvang. Dus als je de kinderopvang gratis maakt, dan vergroot je het probleem op korte termijn eerder dan dat je het verkleint."
Dat uiterst rationale standpunt werd in het vorige coalitieakkoord tussen PVV, VVD, NSC en BBB echter weggevaagd en dat lag niet aan de BBB of de PVV.
En ook in het nieuwe coalitieakkoord sneuvelen de rationele kinderopvangplannen van het CDA en worden de lastenverzwaringen voor alle burgers en bedrijven gebruikt voor een extreem netto lastenvoordeel voor de opvanggebruikers met hoge inkomens. En ook uit de laatste cijfers blijkt dat inkomensverdeling en lastenverlichting voor hoge inkomens het enige argument is om de plannen voort te zetten.
Wat vertellen de laatste cijfers over de kinderopvangplannen?
De extra kosten van het huidige kinderopvangplan bedragen structureel jaarlijks € 3,4 mld. Vanaf 2025 tot en met 2029 wordt dat stapsgewijs toegevoegd aan de begroting. Op pagina 100 en 101 van het concept wetsvoorstel staat de verdeling van de ingeboekte extra uitgaven aan de kinderopvangtoeslag van € 3,4 mld. voor het wetsvoorstel over de komende jaren in de huidige begroting:
Het structureel effect op de overheidsuitgaven van deze plannen was € 593 mln. in 2025, € 280 mln. in 2026 en € 859 mln. in 2027 aldus het concept wetsvoorstel:

Uit de Najaarsnota 2025 blijkt echter al dat de kinderopvang de extra vraag naar opvang als gevolg van de stimuleringsmaatregelen niet aan kan: “De uitgaven aan de Kinderopvangtoeslag voor 2025 zijn met € 119 miljoen naar beneden bijgesteld. Het aantal kinderen dat gebruikmaakt van kinderopvang komt lager uit dan eerder werd verwacht, met name in de dagopvang. Ook het gemiddeld aantal uren dat kinderen naar de opvang gaan, is lager dan eerder verwacht.”
Uit deze cijfers blijkt dus al dat de extra vraag naar opvang niet kan worden ingevuld met het extra aanbod aan personeel en huisvesting dat het kabinet had begroot. En dus zijn ook de extra uitgaven in 2027 voor het plan aangepast. Dat blijk uit het Ontwerpbesluit kinderopvangtoeslag 2027 dat eind vorige maand werd gepubliceerd. Daaruit blijkt dat de plannen in 2027 geen € 859 mln. maar slechts € 700 mln. extra gaan kosten:

En zo wordt steeds duidelijker dat er nu al honderden miljoenen aan onderbesteding op de plank blijven liggen en niet kunnen worden ingezet voor andere plannen of lastenverlichting.
En hoe zit het met de terugvordering als motief voor een stelselwijziging?
Veel belangrijker is dat de verhouding tussen het sterk teruglopende bedrag aan terugvorderingen in de verste verte niet meer opweegt tegen de oplossing die volgens het kabinet structureel jaarlijks € 3,4 mld. kost.
De Najaarsnota 2025 laat namelijk ook zien dat het aantal terugvorderingen - ook zonder stelselwijziging - in rap tempo verdampt. In deze analyse van het wetsvoorstel werd al duidelijk dat het aantal terugvorderingen voor kinderopvangtoeslag sterk terugloopt en de Najaarsnota 2025 bevestigt dat: “De definitieve vaststellingen over de toeslagjaren 2023 en 2024 leiden minder vaak tot een terugvordering dan in de raming werd aangenomen.” Alleen al in 2025 leidt dat tot een reductie van ruim 20% van alle terugvorderingen en dat betekent dat het terugdringen van terugvorderingen niet afhankelijk is van een stelselwijziging.
En dat is de verdienste van alle kinderopvangaanbieders die het op zich nemen om iedere maand gebruiksgegevens aan te leveren bij de Belastingdienst. Het betekent ook dat de businesscase om een beperkt aantal problematische terugvorderingen op te lossen met een miljardeninvestering in gratis opvang in rap tempo verdampt.
Wat vertelt het conceptbesluit Kinderopvangtoeslag 2027?
De extra uitgaven aan het huidige kinderopvangplan zijn voor 2027 al fors bijgesteld. Maar uit de toelichting op de conceptplannen voor 2027 die de oppositie nog mag toetsen blijkt dat de inkomensvoordelen voor hoge inkomens in stand blijven. In de nota van toelichting wordt dat nog enigszins verbloemd door de rekenvoorbeelden die uitsluitend het inkomenseffect voor 2027 laten zien:

Maar ook dan wordt al duidelijk dat lage en middeninkomens netto meer eigen bijdrage gaan betalen en huishoudens vanaf 2 x modaal in 2027 al bijna € 2.000 aan netto lastenverlichting in 2027 kunnen verwachten.
Als we deze rekenvoorbeelden doortrekken naar 2029 komen pas de extreme inkomenseffecten aan het licht:

Dan loopt het netto voordeel voor hoge inkomens op van bijna € 2.000 in 2027 tot bijna € 8.000 per jaar in 2029.
De groep die daarvan profiteert is omvangrijk. Bijna 80% van de kinderopvangtoeslag gebruikers heeft een verzamelinkomen dat hoger ligt dan 1,5 keer modaal of € 72.000 per jaar aan verzamelinkomen. En dat is ruimschoots meer dan € 80.000 bruto per jaar (verzamelinkomen exclusief aftrekposten voor o.a. hypotheekrente vertaald naar bruto huishoudinkomen):

En dat betekent dat de groep die extreem profiteert meer dan 500.000 huishoudens per jaar omvat.
Wat is een rationeel alternatief voor de huidige kinderopvangplannen?
Het risico van de huidige plannen is dat door het toenemende personeelstekort en gebrek aan ruimte de huidige onderbesteding van ruim € 119 mln. over 2025 verder zal oplopen omdat aanbieders de toenemende vraag niet aan kunnen. Die onderbesteding vloeit terug naar de staatskas en kan niet worden ingezet voor alternatieve plannen voor de plannen van het minderheidskabinet. Daarnaast leiden de plannen tot een enorm voordelig inkomenseffect voor hoge inkomens terwijl lage inkomens uitsluitend nadelen ondervinden.
En dus zijn er opties om het kabinetsbeleid te rationaliseren en middelen vrij te maken om het aanpassen van pijnlijke bezuinigingen financieel te dekken.
De meest actuele optie is het begrenzen van de plannen tot een verzamelinkomen van € 60.000. Dat sluit aan bij het CDA verkiezingsprogramma en levert € 2,5 mld. structureel per jaar op.
In 2025 kregen huishoudens met een inkomen tot € 47.000 bijna gratis kinderopvang (96% vergoeding).
Vanaf 2026 is die groep huishoudens uitgebreid naar alle huishoudens tot een jaarinkomen van bijna € 60.000 per jaar. Er ligt inmiddels een conceptbesluit om die groep in 2027 uit te breiden naar huishoudens tot een jaarinkomen van bijna € 90.000.
Niet instemmen met dit besluit levert de oppositie een dekking op van € 700 mln. over 2027 en € 2,5 mld. structureel per jaar dat kan worden gebruikt voor het aanpassen van bezuinigingen in het coalitieakkoord.
Een andere optie is het stoppen met terugvorderingen vanaf 2026. In 2025 en 2026 vordert de Belastingdienst Toeslagen jaarlijks bijna € 300 mln. aan kinderopvangtoeslag terug bij ouders volgens de Rijksbegroting (SZW, 2025 pagina 124) en ook na invoering van bijna gratis opvang vanaf 2029 wijzigt dat niet:

In de Najaarsnota 2025 staat: “De definitieve vaststellingen over de toeslagjaren 2023 en 2024 leiden minder vaak tot een terugvordering dan in de raming werd aangenomen.” Alleen al in 2025 leidt dat tot een reductie van ruim 20% van alle terugvorderingen en dat betekent dat de huidige aanpak werkt en de terugvorderingen substantieel teruglopen tot ca. € 200 mln. per jaar. Het volledig stoppen van terugvorderingen kost dan hooguit € 200 mln. per jaar en dat weegt in de verste verte niet op tegen een voorgenomen extra uitgave van € 3,4 mld., een structurele onderbesteding op de begroting, het afserveren van alternatieve ambities op sociale zekerheid en de substantiële toename van het personeelstekort en de wachtlijsten in de kinderopvang.
Angst voor calculerende burger kost extra inzet van ouders en ambtenaren
Het argument dat tegen deze optie kan worden ingebracht zal zich concentreren op de calculerende burger die bewust te veel toeslag aanvraagt en vanwege afschaffen van terugvorderingen daar ten onrechte van profiteert. Dat gaat echter voorbij aan het feit dat deze maatregel al sinds 2021 generiek wordt toegepast op alle toeslagen. Terugvorderingen onder een bepaald bedrag worden al sinds 2021 niet meer teruggevorderd.
Deze zogenaamde doelmatigheidsgrens voor het terugvorderen van toeslagen werd ingevoerd als onderdeel van de Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen, die op 1 januari 2021 in werking trad. Deze wet introduceerde een drempelwaarde (doelmatigheidsgrens) waaronder kleine terugvorderingen niet langer geïnd worden. Terugvorderingen tot dit grensbedrag hoeven dus niet door de Belastingdienst/Toeslagen te worden teruggevorderd. Deze doelmatigheidsgrens is gelijk voor alle toeslagen en wordt jaarlijks geïndexeerd. In 2026 bedraagt de doelmatigheidsgrens € 121.
In onderstaande tabel de gemiddelde toeslagbedragen per jaar in 2025. Daaruit volgt dat het gemiddelde toeslagbedrag per huishouden voor de kinderopvangtoeslag aanmerkelijk hoger is dan de bedragen voor de andere toeslagen. Het bedrag waaronder niet wordt teruggevorderd is echter voor alle toeslagen gelijk en in procenten van de gemiddelde toeslagbijdrage betekent dit dat de dekking van de doelmatigheidsgrens voor de kinderopvangtoeslag met 1,7% (€ 118 / € 7.123) verreweg het laagste is:

Meer dan 100.000 terugvorderingen minder binnen handbereik
Het ophogen van de doelmatigheidsgrens voor de kinderopvangtoeslag levert een enorm rendement op aan minder terugvorderingen op. Dat blijkt uit de statistieken van de kinderopvangtoeslag:

Maar liefst een kwart (2020: 25%) van alle beschikkingen levert een terugvordering op van minder dan € 500. Het ophogen van de doelmatigheidsgrens naar € 500 voor de kinderopvangtoeslag – bijvoorbeeld als stap 1 in 2026 - levert dan al meer dan 100.000 terugvorderingen per jaar minder op. En een besparing van zoveel terugvorderingen jaar levert niet alleen minder last voor ouders op, maar ook een forse besparing op het ambtenarenapparaat dat zich hier nu mee bezig houdt.
Sinterklaas bestaat nog steeds en zit daar achter de tafel ...
Met recht zou Joop den Uyl postuum alsnog zijn revanche kunnen halen met "Sinterklaas bestaat nog steeds en zit nu daar, achter de tafel" voor het “rechtse potverteren” van het nieuwe minderheidskabinet.